Ontwerpstudio voor natuurlijke tuinen

Hoe kies je beplanting voor je tuin?

Wie een nieuwe tuin heeft, begint vaak eerst met planten zoeken. Welke soorten vind ik mooi? Welke kleuren passen bij elkaar? Welke stijl wil ik? Toch werkt het meestal beter om het om te draaien. Goede beplanting begint niet bij de kleur van de bloem, maar wat logisch past bij de plek.

De basis voor die logica ligt in het tuinontwerp. De indeling van de tuin bepaalt namelijk hoeveel ruimte er is voor beplanting en hoe interessant en natuurlijk een tuin uiteindelijk aanvoelt. Veel tuinen bestaan uit een groot terras in het midden met smalle stroken groen langs de randen. Daardoor oogt een tuin vaak kleiner en minder levendig. Goede beplanting werkt het sterkst wanneer groen onderdeel is van de ruimtelijke opbouw van de tuin. En door beplanting een belangrijkere rol te geven in de indeling ontstaat meer diepte en samenhang. In dit artikel lees je over hoe je kijkt naar de basis van je tuin, zodat je beplanting geen verzameling losse planten wordt, maar een krachtig geheel.

Begin bij de omstandigheden van de plek

Planten groeien goed of minder goed op een plek en dat heeft alles te maken met de omstandigheden:

  • Hoeveel zon krijgt de plek?
  • Is de grond droog of blijft deze juist lang vochtig?
  • Bestaat de bodem uit zand, klei of een mengvorm?
  • Is de plek beschut (van wind) of juist open?

Planten die passen bij een plek groeien sterker en blijven gezonder. Daardoor heb je minder onderhoud en ontstaat vanzelf meer samenhang. Dit klinkt eenvoudig, maar het is iets waar je je constant van bewust moet zijn bij het kiezen van planten.

Werk met structuurplanten als basis

Een sterke border begint meestal met structuurplanten. Structuurplanten geven houvast en zorgen ervoor dat de tuin ook buiten de bloei interessant blijft. In de winter bijvoorbeeld. Ze hebben vaak een duidelijke vorm en blijven een groot deel van het jaar zichtbaar.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • vaste planten met een herkenbare groeivorm
  • siergrassen
  • planten met stevige stengels
  • groenblijvende heesters
  • soorten met opvallende zaaddozen

Deze planten vormen het skelet van de beplanting. Daaromheen kun je andere soorten toevoegen. Wanneer de structuur klopt, oogt een border rustig, ook als niet alles bloeit.

Schets van een winterbeeld van dezelfde border. Dit beeld onderstreept de de uitspraak "bruin is ook een kleur" van de Nederlandse tuinarchitect Piet Oudolf. Hij benadrukt daarmee dat de schoonheid van een tuin niet stopt na de bloei. Er zit zoveel sierwaarde in verdorde planten, zaaddozen en plantstructuren in de herfst en winter.

Denk in lagen en hoogteverschillen

Een border wordt interessanter wanneer er verschil is in hoogte. Door te werken met een opbouw van laag naar hoog ontstaat gelaagdheid. Dat zorgt voor meer diepte en een natuurlijker beeld. Denk bijvoorbeeld aan lage planten aan de voorkant, middelhoge planten daarachter, enkele hogere soorten of siergrassen tussendoor en eventueel een heester of kleine boom.

De lagen hoeven niet strak gescheiden te zijn. Juist een lichte overlap maakt het beeld losser. Zelfs een klein hoogteverschil kan al veel effect geven.

Gebruik herhaling voor rust

Een veelgemaakte fout is om veel verschillende soorten te gebruiken die allemaal maar één keer voorkomen. Daardoor oogt een border rommelig en druk. Het werkt beter om een beperkt aantal planten te kiezen en die te herhalen. Bijvoorbeeld een vaste plant die op meerdere plekken terugkomt, een grassoort die ritme geeft en een bepaalde bladvorm die vaker zichtbaar is. Herhaling zorgt voor samenhang. De tuin voelt daardoor rustiger en evenwichtiger.

Combineer structuur met vulling en dynamiek

Een beplanting wordt sterker wanneer verschillende typen planten samenwerken. Globaal bestaat een border vaak uit drie groepen:

  1. structuurplanten die het beeld dragen
  2. planten die de ruimte vullen
  3. soorten die zorgen voor spontane dynamiek

De vullende planten verbinden de structuurplanten met elkaar. Daarnaast kunnen planten worden toegevoegd die zich uitzaaien of ieder jaar op een andere plek opduiken. Dat zorgt voor beweging en maakt de tuin levendiger.

Laat ruimte voor ontwikkeling

Een tuin hoeft niet in één keer perfect te zijn. Dat kan ook niet. Jong plantgoed heeft tijd nodig om te groeien en zich te ontwikkelen. Ze veranderen van vorm en reageren op hun omgeving. Sommige soorten doen het beter dan verwacht en wil je in toom houden. En andere planten verdwijnen juist weer.

Door ruimte te laten voor ontwikkeling ontstaat een beplanting die elk jaar rijker wordt.

Een beplantingsplan is daarom geen eindpunt, maar een begin.

 

In mijn eigen tuin zie ik op verschillende plekken de Walstroleeuwenbek (Linaria purpurea) opduiken. Het is zo’n plant die nauwelijks ruimte inneemt, maar wel veel doet. De slanke stelen brengen hoogte en beweging. Omdat hij zich subtiel uitzaait, verschijnt hij elk jaar op andere plekken. Dat geeft een beplanting iets vanzelfsprekends.

Leave Your Reply

Your email address will not be published.

*